Enkele maanden na de VW Golf Challenge in Tunesië, gingen Jonathan Deru en Lauriane Meyer opnieuw de uitdaging aan. Ditmaal trokken ze naar Marokko voor de “Dakhla Rally – De pioniersrally”. Een veel zwaardere wedstrijd die een heel andere aanpak vergde. Met hun dappere VW Golf Syncro, die een verjongingskuur had ondergaan, haalden ze echter de finish.
Soms blijken gewijzigde plannen interessanter dan de oorspronkelijke intenties. Vraag dat maar aan Jonathan Deru en Lauriane Meyer, een koppel jonge dertigers uit het Waals-Brabantse Ramillie: “Het klopt dat de situatie vergelijkbaar is met deze van begin dit jaar. Toen moesten we vanwege de gezondheidscrisis onze plannen voor een skivakantie opbergen en ontdekten we met veel plezier de VW Golf Challenge in Tunesië. Ditmaal wilden we terugkeren naar de Carta Rally, waaraan we een aantal jaar geleden elk afzonderlijk al hadden deelgenomen, maar de wedstrijd werd enkele keren uitgesteld. Aangezien we graag richting Marokko wilden trekken, zochten we een alternatief…”
Dat alternatief diende zich aan in de vorm van de “Dakhla Rally – De pioniersrally”, “een verwijziging naar de eerste ‘Dakar’. Dat idee beviel ons wel. Een tocht van negen dagen en in het totaal 3.000 km die ons van Nador naar Dakhla zou leiden. Het was ditmaal echter geen toeristische woestijnrally!” Het was namelijk een echte wedstrijd, erkend door de Marokkaanse federatie, die openstond voor voertuigen die ingeschreven waren tussen 1979 en 2012 en hebben deelgenomen aan dit type woestijnrally. In de eerste plaats dus 4x4’s of buggy’s (trucks, moto’s en quads werden ook toegelaten): “Zoals u weet, is onze VW Golf Syncro toevallig een 4x4 en de – Franse – organisatoren hebben bijgevolg onze inschrijving aanvaard.”
Er was echter nog een belangrijk punt: de wedstrijduitrusting, en dat zowel voor de wagen als de rijders. “Voor de rijders was alles snel in kannen en kruiken, met dank aan de Belgian VW Club die ons alles uitleende, van schoenen over overalls tot helmen. Nogmaals bedankt daarvoor! Het was eveneens een mooie financiële meevaller, want we moesten heel wat geld in de wagen investeren. We vonden tweedehands-kuipstoelen en veiligheidsgordels, een rolkooi, en moesten – vooral – de aandrijflijn en mechaniek onder handen nemen!”
Om eerlijk te zijn, was de mechanische transformatie eigenlijk al lopende. “Na de VW Golf Challenge, vroegen we ons af wat we met de wagen zouden doen. We wilden hem geenszins van de hand doen, maar moesten beslissen of we hem origineel hielden of hem grondig onder handen namen, zonder iets onomkeerbaars te doen weliswaar.”
“En eigenlijk”, erkent Jonathan, “hoopte ik de motor te kunnen doorontwikkelen. Nog voor we besloten deel te nemen aan de Pioniersrally, had ik al enkele plannen. Ik wilde graag een turbo installeren. Een vriend had een kapotte G60-motor, waarvan het blok nog in orde was. Dat was belangrijk, want deze had specifieke oliesproeiers voor het smeren van geblazen motoren. Ik heb alles gedemonteerd, gesmede stangen en zuigers gemonteerd, een Garrett-turbo ingebouwd en een versterkte koppeling voorzien. Dat alles leverde 192 pk en, vooral, 307 Nm koppel met nochtans een mapping voor benzine met een octaangetal van 95, met de Afrikaanse wedstrijden in het vooruitzicht!”
Uiteraard was de aangepaste koppeling niet de enige wijziging in de aandrijflijn. “Neen, we hebben de versnellingsbak en aandrijfassen behouden, aangezien die sterk genoeg waren. Dankzij de Belgian VW Club kwamen we in contact met een klein Oostenrijks bedrijf dat viskeuze koppelingen ontwikkelde. Visco Werkstatt Kern (www.VW-Kern.at) was gespecialiseerd in het ombouwen van de VW T3 en T4, maar de bedrijfsleiders – een man en zijn vrouw – wilden hun horizon verbreden. Onze vraag kwam dus op een uitstekend moment! We werden hun testrijders en rustten onze Golf uit met een aangepaste visco-koppeling, die veel beter reageerde en heel wat meer koppel aankon dan de originele koppeling. Het was hun allereerste exemplaar, maar het transformeerde de auto en, belangrijk: we hebben niet het minste probleem gekend tijdens de rally!”
Datzelfde gold ook voor de mechaniek, een ode aan het harde werk van Jonathan: “Het enige probleem waar we tegenaan liepen, was gerelateerd aan de koeling. Nochtans hadden we onze voorzorgen genomen en een nieuwe en grotere radiator van de Golf 2 Tdi gemonteerd. Alles liep goed tot we bij de tweede klassementsproef in de duinen in het zand enkele grote 4x4’s voorbijstaken. Nadien moesten we vaak water bijvullen. We stelden vast dat de radiator in twee was gespleten. We tasten in het duister hoe dat is kunnen gebeuren, vooral omdat het een nagelnieuw onderdeel was. Misschien door de schokken? We stonden in elk geval stil in niemandsland! Gelukkig waren we bij onze 4L-avonturen in Marokko bevriend geraakt met een lokale gids, Ahmed, en hadden we later die dag met hem afgesproken, tijdens de etappe. We belden hem op en terwijl we naar Erfoud werden gesleept, bezocht Ahmed enkele lokale garagisten en vond voor ons een… radiator van de Golf 2 Tdi. Deze was identiek aan de onze en heeft het volgehouden tot het einde! Hij is trouwens nog altijd in onze wagen gemonteerd. Het was ook de allereerste keer dat ik iemand anders aan mijn wagen liet sleutelen!”
Het was tevens een uitgelezen kans om een kleine rustpauze in te lassen voor de bemanning, die de enige was zonder een assistentie-eenheid: “We beseften pas ter plaatse dat we de enige waren in die situatie”, legt Lauriane uit. “Al onze tegenstanders beschikten over hun eigen team. Wij hadden daarentegen slechts vier kisten die de organisatie voor ons vervoerde in een van hun vrachtwagens. Jonathan richtte zich ’s avonds op de mechanische kant van het verhaal, vooral op vlak van de schokbrekers, terwijl ik het roadbook voor de volgende dag voorbereidde. Het klopt dat het in vergelijking met Tunesië ditmaal op sociaal vlak moeilijker was om banden te smeden. Maar dat betekent niet dat er geen goede verstandhouding was met de andere teams, die ons “de Golfers” noemden! We voelden ons welkom en ze moedigden ons zelfs meermaals aan bij het einde van de etappes, verbaasd als ze waren over het feit dat wij met onze kleine berline het ritme konden volgen!”
De grootste uitdaging voor het duo waren echter de banden: “Niet minder dan zes lekke banden! Nu, ook veel van onze tegenstanders liepen lekke banden op. Het waren lastige wegen, maar in feite waren onze banden niet goed. We hadden ze wat harder moeten oppompen dan normaal. We waren altijd voorzichtig op de delicate stukken, maar desondanks… Vooral omdat we ‘slechts’ vier reservebanden bijhadden. Daardoor hebben we op de zevende dag de rally ook moeten verlaten om naar een nabijgelegen dorp te rijden waar we een halve dag naar banden hebben gezocht. We konden er vanzelfsprekend alles kopen voor pick-ups of jeeps, maar niets dat geschikt was voor onze Golf. Met wat geluk vonden we uiteindelijk twee straatbanden met de juiste maten en daarmee zijn we uiteindelijk ook gefinisht: met twee ‘TT’ banden vooraan en twee straatbanden achteraan…”
Met die hybride-aanpak trotseerden ze eveneens een bizarre weersituatie. “Die nacht (tussen de 7e en de 8e dag) was lastig. Er was veel wind en regen. Niemand had zijn tent opgezet en iedereen besloot te schuilen in de grote tent waar er doorgaans gegeten werd. Er werd weinig tot niets geslapen, vanwege de elementen en het zand dat binnenwaaide… Dat zorgde er wel voor dat we ‘s ochtends vroeg wakker waren en al meteen konden ontbijten, waarna we de allereerste deelnemers zagen vertrekken voor de afsluitende etappe. Dat was evenwel niet alles, want toen we aankwamen in Dakhla, het eindpunt van de rally, heeft het twee dagen lang geregend. Bijzonder, want het was op dat ogenblik vier jaar geleden dat er nog een druppel regen was gevallen! Bovendien hadden we op de andere dagen van de rally altijd een stralende zon gehad, bij temperaturen tot 38 graden…”
Het enige Belgische team in de wedstrijd droeg op verschillende ogenblikken de gevolgen van die verzengende hitte. “Onze VW had soms last van de hitte, maar dat geldt ook voor de bemanning!”, verduidelijkt Lauriane. “Ik had veel meer moeite om met de hitte om te gaan dan Jonathan. Ik heb hem meermaals moeten vragen om te stoppen om wat op adem te komen. Het moeten dragen van een racepak en een helm was echt zwaar voor mij. In tegenstelling tot Jo, weet ik niet of ik nog een rally wil rijden in Afrika waarbij het verplicht is een helm te dragen… Aan de andere kant ben ik zeer tevreden over hoe ik met het roadbook en de navigatie ben omgesprongen. Het was allemaal nieuw voor mij. Dat zorgde in het begin wel voor wat spanning, want het idee dat je kan verdwalen spookt door je hoofd. Alles is uiteindelijk in orde gekomen, al hebben we wel problemen gekend met de Terratrip (het navigatietoestel bij uitstek in de woestijn, n.v.d.r.) waarvan de sensor stukging. Gelukkig had ik, voor de zekerheid, een Terratrip app gedownload op mijn GSM en kon ik daarmee mijn plan trekken.”
Is er al een vervolg gepland? “We hebben geen plannen op de korte termijn. Wat wel zeker is, is dat we onze Golf moeten reviseren. De carrosserie heeft afgezien op de wegen die in feite meer op het lijf geschreven waren van de grote 4x4’s. Het doel is om, volgend jaar, terug deel te nemen aan de Golf Challenge die ditmaal wel in Marokko wordt verreden, zoals eerst gepland was…” (Tekst: F. Zielonka)






